Nieuwsgierig ga ik mee op avontuur naar de wereld van het fantasiespel, waar kinderen doen alsof ze vader, moeder, baby of poes zijn en in hun rol dagelijkse vertrouwde rituelen op hun eigen manier nog eens ervaren en manipuleren. Zo worden de baby’s door hun moeder naar de crèche gebracht en ’s avonds weer lekker in bed gestopt. Maar er zijn ook prinsessen in betoverende tuinen, toverdrankjes, gemene stiefmoeders, weggelopen kinderen, en superhelden die garant staan voor avontuur en actie.

In de wereld van fantasie en verbeelding begrijpen jonge kinderen elkaar. Alles is met elkaar verbonden in de verhalen die ze uitspelen. Deze verhalen van kinderen, geïnspireerd door prentenboeken, verhalen, televisie en gebeurtenissen uit het dagelijks leven, krijgen in het spel op een unieke manier vorm. Fantasie of werkelijkheid, voor het kind is het belangrijk en heeft het betekenis. Spel is een duidelijke wereld. Kinderen weten van elkaar wat ze aan het doen zijn. Zoals de Amerikaanse kleuterjuf, onderzoeker en schrijfster Vivian Gussin Paley* opmerkt:

‘Niet één kind vraagt: “Wat is iedereen hier aan het doen? Wie zijn die kruipende, hurkende, klimmende mensen?” Er is geen verwarring, alleen het verlangen om met iemand mee te spelen of een klasgenootje te overtuigen om mee te doen in jouw verhaal.’

De wereld van het vrije spel, vol fantasie en verhalen, is niet alleen iets waarin de kinderen elkaar onderling begrijpen en herkennen, het is ook datgene wat mij verbindt met de kinderen. Samen met de kinderen ervaar ik de meest betekenisvolle momenten als het spel stroomt van verbeeldingskracht en verwondering en we hier samen van genieten en over praten.

Voor mij ligt de essentie van het peuter- en kleuteronderwijs in het vrije spel (met een actieve rol voor een sensitieve, betrokken en deskundige volwassene), waar de kinderen in alle vrijheid kunnen ontdekken, onderzoeken, fantaseren, praten, bewegen, dansen, bouwen, ontwerpen en vormgeven met diverse materialen.

Want op deze manier kunnen jonge kinderen zich uiten, communiceren ze met hun omgeving en tonen ze hun ideeën, gedachten, ervaringen, gevoelens, herinneringen, dromen, fantasieën en theorieën.

En hier ontwikkelen ze hun conceptuele, symbolische, communicatieve en sociale vaardigheden, hun zelfbewustzijn en het besef dat andere mensen eigen gedachten, ideeën, gevoelens, wensen en bedoelingen hebben (Theory of Mind).

Door mee te gaan in hun fantasiewereld leer ik de kinderen met hun eigen interesses, bijzonderheden en mogelijkheden kennen in de verhalen die ze vertellen en laten zien. Zo kan ik ontdekken waarover deze kinderen zich verwonderen, waar ze nieuwsgierig naar zijn en wat hun vragen zijn om dit samen verder te onderzoeken en mee te nemen in mijn aanbod en activiteiten.

In de vorm van inspiratiebijeenkomsten, trainingen, gastlessen, coaching en het schrijven van boeken en artikelen wil ik mijn liefde voor spel en spelverhalen graag delen met iedereen die betrokken is bij het onderwijs aan jonge kinderen.

* Gussin Paley, V. (1990). The Boy Who Would Be A Helicopter. Cambridge (MA): Harvard University Press.